Token economy

Wie wel eens naar het Dolfinarium is geweest en daar heeft gezien hoe de dolfijnen worden getraind, zal zijn opgevallen dat de dolfijnen kunstjes uitvoeren en als een kunstje gelukt is zij een visje krijgen. Ik kan mij vergissen maar ik heb nog nooit gezien dat een dolfijn een tik of een trap kreeg wanneer zij faalde. Deze intelligente beesten worden beloond nadat zij gewenst gedrag hebben laten zien. Wij weten dat straffen vaak leidt tot stress en zeker niet tot betere prestaties. Straf werkt pas als er aan maar liefst vijf voorwaarden wordt voldaan en dan nog zal er sprake zijn van een tijdelijk uitdoven van ongewenst gedrag. Wat behavioristen als Skinner al aantoonde en wat de dolfijnentrainers in de praktijk nog dagelijks laten zien is dat bekrachtigen van gewenst gedrag verreweg het effectiefst is.

dolfijnen trainen

Bij het opleiden van talenten in de sport is het al niet anders. Kinderen leren meer binnen een relatief veilige omgeving, waarbinnen ook ruimte is om te leren en ze beloond worden voor dingen die goed gaan en zij de mogelijkheid krijgen om te oefenen in wat nog niet zo goed gaat. Natuurlijk moet een leeromgeving niet optimaal veilig zijn, want je leert het meest buiten je comfortzone. Het moet alleen wel veilig genoeg zijn om daar buiten te treden.

In de sport creëren wij niet altijd die veilige omgeving. Sterker, wij creëren vaak (bewust) een zeer onveilige leeromgeving. Spelers moeten concurreren om in de basisopstelling te komen. Doe je niet je best, maak je in de ogen van de trainer, fouten dan sta je er naast. Met een beetje pech speel je de volgende wedstrijd een team lager. Bij Feyenoord zie je dat Vermeer plots een stuk minder goed keept met Warner Hahn op de bank. Cazim Richard verknolt voor vrijwel open doel een 100% kans op het moment dat Kramer gaat warm lopen. Wij hebben het dan over ervaren professionals. Wij hebben het niet over die speler uit de C1 die nog veel moet leren. Als je er vanuit gaat dat je fouten moet durven maken om te leren. Als je er van uit gaat dat het leerklimaat dusdanig veilig moet zijn wil iemand, uit zijn comfortzone treden, zijn grenzen verleggen, zou jij je kunnen voorstellen dat het vooruitzicht op het mogelijk gewisseld worden het verleggen van je grenzen niet eenvoudiger maakt. Als je ook nog een team terug gezet zou kunnen worden is een dergelijk werkwijze dodelijk voor de talentontwikkeling van de individuele speler maar op de lange termijn ook voor de ontwikkeling van de sportvereniging als geheel.

Uit onderzoek (Julian & Perry, 1967; Yauch & Adkins, 2004) bleek dat de motivatie van werknemers stijgt maar dat de kwaliteit van de werkteams daalt als er onderlinge concurrentie is. Met andere woorden, vertaal dit naar de sport, zullen spelers hard hun best doen om het goed te doen maar de kwaliteit van het vertoonde spel gaat achteruit.

Onderlinge concurrentie doet ook nog iets anders. Onderlinge concurrentie is van invloed op de taakoriëntatie  als ook sociale cohesie binnen het team. Onderlinge concurrentie zorgt voor een meer individuele focus en een verminderde team focus en daarmee ook een verminderde focus op de doelen van het team.  De competitieve verwachtingen zorgen er voor dat het eigen belang boven dat van anderen wordt gesteld en dat er soms zelfs actief wordt geprobeerd om de belangen van anderen te saboteren. Een en ander heeft negatieve gevolgen voor de teamprestaties, als ook voor de ontwikkeling van jeugdspelers. Een team waarin spelers meer elkaars concurrent zijn dan elkaars teamgenoot zal als los zand aan elkaar hangen en zal niet tot die prestaties komen die het zich wellicht op voorhand had gesteld. Spelers die gestraft worden voor de fouten die zij maken, zullen minder geneigd zijn de grenzen op te zoeken, zullen minder leren omdat zij bij het maken van fouten niet meer in de basisopstelling staan of zelfs een team teruggezet zouden kunnen worden.

Bij jeugdteams gaat het niet alleen om winnen. Bij jeugdteams gaat het om de sport te leren. Bij jeugdteams gaat het bovenal om plezier. Je zou de stelling aan kunnen gaan dat het óók bij topsport gaat om plezier. Concurrentie brengt spelers niet direct bij elkaar. De gestelde teamdoelen worden plots ondergeschikt aan de individuele doelen. Jeugdspelers die afgestraft worden omdat zij fouten maken zullen behoudend gaan spelen, zullen niet de grenzen opzoeken. Zij zijn de dolfijn die in plaats van het visje dat hij krijgt op het moment dat een kunstje lukt een ongelooflijk tik op de snuit krijgt op het moment dat het kunstje mislukt. Die laatste dolfijn haalt het niet in zijn kop om nog een keer dat zelfde kunstje te proberen.

Kinderarbeid

Kort geleden zag ik een regisseur in het 8 uur journaal fel van leer trekken tegen minister Ascher. Het Nederlands Fonds voor de Film luidde de noodklok over de beschikbaarheid van acterende kinderen. Als voorgestelde nieuwe regels ingaan, mogen ze straks minder draaidagen maken. Het is dan, zegt men, vrijwel onmogelijk maken om nog kinderfilms en -series te produceren. Slecht voor de economie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de regels herzien voor kinderen die acteren. Het grootste probleem is dat kinderen vanaf volgend jaar in plaats van 24 nog maar 18 dagen mogen spelen, zegt directeur Doreen Boonekamp van het filmfonds. Lees Meer

De Ivoren toren

Enige tijd terug werd in het programma Radio EenVandaag gesproken over het dilemma dat steeds vaker ouders komen klagen bij de sportclub omdat ze het niet eens zijn met de selectiekeuzes op de club. Ze vinden dat hun kind wel in het hoogste team kan spelen. In de social media wordt de discussie daarover amper gevoerd. Sportbestuurders, trainers vinden ouders maar lastig. Zij weten als geen ander wat goed voor het kind is. Wim Keizer van Skerpe Jeugd, was duidelijk:

“Ouders willen graag deelgenoot zijn van de activiteiten van hun kinderen. Wanneer ze dat met gezonde betrokkenheid doen, dan is dat prima. Wanneer ze te betrokken raken, worden ze misschien wel fanatiek, luidruchtig en kritisch.”

Untitled-1

Lees Meer

Jij bent te klein

“Bert!!” riep mijn moeder van onderaan de trap.
“Er staan jongens op jouw te wachten of je buiten komt spelen?”
Ik was op mijn kamer met Lego aan het spelen en had eigenlijk geen zin.
“Zeg je nog wat?” riep mijn moeder.
Ik stond op en liep naar het raam. In de tuin stonden John, Warner en Chris.
Warner en Chris waren broers, zij woonde achter ons. John zat bij mij in de klas. Ik speelde eigenlijk nooit met Warner en Chris. Zij waren ook een stuk ouder.
John zag mij staan.
“Hey Bert, wij gaan voetballen tegen de Scheldelaan, doe je mee?”
Hoewel ik eigenlijk geen zin had, liet ik mijn Lego bouwwerk voor wat het was en liep naar beneden.
“De Scheldelaan, wil tegen ons spelen,” zei Warner toen ik naar buiten kwam.
“Doe je mee, want anders hebben wij niet genoeg?”
Ik vond het wel een eer dat Warner en Chris aan mij gedacht hadden. Ik pakte mijn jas en liep met ze mee. Op het veld langs de Filters stonden al een heleboel jongens. De jongens aan de andere kant waren de jongens uit de Scheldelaan. De jassen werden op de grond gegooid om de doels te maken. Warner maakte de opstelling.
“Bert, jij begint er naast, oké? Jij komt er straks wel in.”
De wedstrijd begon. Ik stond langs de kant. De Scheldelaan maakte er een echte wedstrijd van. Het leek wel of ze allemaal groter waren. Wij kwamen al snel achter, drie corners penalty, dan gaat het hard. De tweede helft mocht ik er in van Warner. Warner zette zijn broer er even uit. Het was geen succes, het ging snel, ik wist niet waar ik moest lopen en werd al snel weer gewisseld. Chris mocht weer op mijn plaats.
Na onze verloren wedstrijd kwam Warner mij vertellen dat ik eigenlijk te klein was, ik snapte het nog niet zo goed. Voor voetballen moest je slim zijn, zei hij. Teleurgesteld liep ik naar huis.
“Was het leuk?” vroeg mijn moeder toen ik de keuken in liep.
“Ik ben te klein,” zei ik boos en liep stampvoetend de trap op.
Ik was kleiner dan de andere jongens. Ik zat ook een klas lager en zat ook nog maar net op voetbal. Met Warner scheelde ik bijna twee jaar. Met John maar twee maanden, maar John zat al wel twee jaar op voetbal. Hij wist al beter dan ik wat er bedoeld werd. Ook bij de voetbalclub was ik de jongste, dus de slechtste. Ook daar werd ik vaak als laatste gekozen. Geboren in september betekende ook dat ik daar tot de jongste behoorde. Ook daar had ik het moeilijk. In mijn klas waren er niet veel jonger dan ik. Ik scheelde bijna een jaar met de oudste van de klas. De juf op school vond dat ik nog erg speels was, vaak afwezig tijdens de les. Er ging geen dag voorbij dat zij niet zei:
“Wanneer leer jij het nu eens?

Lees Meer

Als je voor een dubbeltje geboren bent

Sommige mensen hebben echt pech, steeds maar weer kunnen ze net niet mee komen in de klas. Ook in de sport kom je ze tegen, steeds maar weer vallen ze af bij de selectie training.
“Jij bent net niet goed genoeg.”  Iets wat deze mensen soms iets te vaak hebben gehoord.
Als je voor een dubbeltje geboren bent, dan wordt je nooit een kwartje, zegt men wel.
Dat klinkt wellicht vreemd, maar vaak is dat waar. Je geboortedatum is wel degelijk bepalend voor iemand schoolcarrière, maar ook voor de vraag of iemand het gaat maken in de sport. Is dit nu iets met horoscopen? Nee, wat je hier ziet is eigenlijk een schoon voorbeeld van oneerlijke concurrentie.

IMG_6453

Lees Meer