Site-archief

Op zoek naar water

Een van mijn favoriete boeken is het boek ‘De Barrevlucht’. Barre vlucht is het indrukwekkende, waar gebeurde, verhaal van Slavomir Rawicz, die met zes mannen uit een Siberisch strafkamp ontsnapt. Dit is het onvergetelijke verslag van hun helse tocht naar de vrijheid. Rawicz is een Pool die, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereld oorlog, door de Russen wordt gearresteerd op verdenking van spionage. Hij wordt veroordeeld tot 25 jaar dwangarbeid in Siberië. Hartje winter bereikt zijn groep na vele ontberingen en ten koste van veel levens Kamp 303, vlak bij de Poolcirkel. Na een paar maanden onderneemt hij, met zes medegevangenen, een geslaagde ontsnapping. Dan begint de voettocht dwars over het Aziatisch continent, door de bloedhete Gobi woestijn, door de sneeuw in de Himalaya, naar India, waar ze ruim een jaar later, met nog maar vier overlevenden, uitgeput arriveren.

Op de tocht door de woestijn kampte de mannen regelmatig met dorst. Waar vind je in de woestijn water? Waar je aan de ene kant op de vlucht bent, ook haast hebt, moet je ook zorgen dat je het volhoudt, dat je voldoende voedsel, voldoende vocht binnen krijgt. Hoewel de vlucht uit het kamp redelijk voorbereid was, waren ze ook niet in staat om van alles mee te nemen, laat staan dat ze voor een heel jaar proviand mee konden nemen. Als iemand ook daadwerkelijk dorst had werd eerst gekeken of een van de anderen nog water over had, zodat er gedeeld kon worden. Pas als het water op was gingen de mannen op zoek naar water, dit betekende gedurende langere tijd dorst lijden, afzien.

Lees de rest van dit bericht

Achtergrond

Ik kom uit een relatief groot gezin. Op de lagere school wilde graag bioloog worden. Na de middelbare school was alles anders. Ik  deed veel aan sport. Voornamelijk volleybal, maar liep ook bijna elk weekend een cross, in Arnhem, Deventer, Zwolle, de Sonsbeekcross, rondom Bussloo, de Daventria Cross. Overal waar maar wat georganiseerd werd wilde ik mee doen. In mijn vrije tijd voetbalde, maar ook honkbalde wij ook op het grasveldje bij de school. Thuis werd menig tafeltennis wedstrijd gespeeld. Mijn vader verslaan, dat was een uitdaging. Na de middelbare school wilde ik niets liever dan iets te gaan doen in de sport. Hier staken mijn ouders, na nauw overleg met de schooldecaan, een stokje voor. Een CIOS papiertje leverde geen baanzekerheid. Het werd MTS electro. Een geweldig leuke school, alleen voelde ik mij niet echt thuis. Wat interesseerde het mij dat iemand zijn brommer weer eens hand opgevoerd of een TV uit elkaar had gehaald en weer in elkaar had gezet zonder een buis over  te houden? Wie er nu het weekend in de eredivisie had gewonnen, dat interesseerde mijn klasgenoten helemaal niets. Een mismatch zeg maar. Uiteindelijk werd het de Sociale Academie, richting Cultureel Werk. In die tijd echt een geitenwollen sokken opleiding. Wiet in de kantine zeg maar. Ook dat bleek het niet helemaal, maar wat mij in die opleiding wel mateloos boeide was het groepsgericht werken. Hoe verloopt het proces in de groep? Hoe krijg je mensen mee? Hoe realiseer je eigenaarschap? Vooral dat laatste. Ik merkte dat zelf verantwoordelijk zijn voor je eigen proces, voor de dingen die je doet, enorm motiverend werkte. Aan de andere kant was, zeker op mijn leeftijd, enige sturing wel fijn. Samen leren, samen werken. Dit is mijn achtergrond. Dit is wat ik mee neem.

Elke trainer, elke speler, neemt een bepaalde bagage mee. Niemand staat volledig blanco voor de groep en voor elke trainer, elke speler, geldt dat zijn manier om met bepaalde zaken om te gaan mede bepaald wordt door zijn ervaring, zijn achtergrond. Dat Samen werken, samen leren was dus ook prima toepasbaar bij mijn volleybalteams.

Lees de rest van dit bericht

Huilen op een bankje

De sportvereniging was voor mij de place to be. Hier waren mijn vrienden, hier kon je zijn wie je was. Het was gezellig, samen sporten, samen ook resultaten neer zetten, was geweldig. Mensen met een zelfde doel, een zelfde hobby. Niet dat ik niet wist dat de wereld er ook gewoon heel anders uit kon zien, minder leuk, minder gezellig, bedreigend soms. Dat was mijn middelbare school. Achtervolgd worden op weg naar huis. jongens die je schooltas van je bagagedrager trappen en dan wachten totdat ik mijn tas weer achter op de fiets had, om ‘m er daarna net zo hard weer vanaf te trappen. Een klas binnenlopen en dan zien dat ‘Bert is een homo!’ op het schoolbord geschreven is. Een hond die op je afgestuurd wordt als je door het park naar huis loopt als je fiets kapot is. Dat was mijn middelbare schoolervaring en waarom? Ik had geen idee.

De sportvereniging was veilige plek, hier hoefde ik niet bang te zijn. Hier hoefde ik niet te wachten tot iedereen weg was om dan via een omweg naar huis te fietsen. Ik kon mij werkelijk niet voorstellen dat het ook anders kon zijn. Tot die bewuste avond. Lees de rest van dit bericht

Pamela

Nadat ik midden jaren 80 een clinic zag van een Amerikaanse volleybaltrainer was ik verkocht. Als startende trainer had ik zoveel nieuwe dingen gehoord, nieuwe oefeningen gezien, dat ik hier meer over wilde weten. Alles wat ik zag, wat ik hoorde, was zo anders dan wat ik gewend was. Hoe ik getraind was, zo anders dan de coaches die ik gehad had. Geen saaie oefeningen, geen lange wachtrijen, oefeningen die in 2x knipperen met de ogen uitgelegd waren en ook de aanwijzingen, zó simpel, zó to the point. Ik wilde hier meer over weten. E-mail was toen nog niet zo gangbaar, dus ik schreef deze trainer een brief. Niet rechtstreeks naar zijn huisadres, maar naar de Amerikaanse volleybalbond, in de hoop dat de brief doorgestuurd zou worden. De brief werd doorgestuurd en weken nadat ik mij brief had verstuurd viel er een groot pakket op mijn deurmat. In het pakket een brief en een tweetal boeken, boeken over het Amerikaans opleidingsmodel en een trainershandleiding voor beginnende trainer. In de handleiding veel oefenstof, drills, zoals ze dat noemen. Elke oefening had een naam, butterfly, around the world, Dog house, King of court of the Dig Queen of the Mountain. Elke oefening had een vaste organisatie, maar hierop kon je naar believen variëren. Het gebruik van die namen maakte de training al spannend, vond ik. Zoiets als het volleybalkamp dat ik ooit meemaakte met de titel “De avonturen van Robinson Crusoe”. Lees de rest van dit bericht

Oud Nieuws

Toen mini-volleybal nog gewoon mini-volleybal heette, waren wij in het volleybal slecht in staat om nieuwe jeugdleden binnen te halen. Op het moment dat een kind de benodigde zwemdiploma’s had en het een eventueel een andere sport mocht ‘kiezen’ kon het vrijwel elke sport kiezen en ook direct wedstrijdjes spelen. In het volleybal vonden wij dat volleybal een dusdanig moeilijke sport was dat een kind eerst maar een jaar moest trainen voordat het wedstrijdjes mocht spelen. De uitvinding van Adrie Noy was natuurlijk goud. Het circulatie volleybal leverde ons enorm veel nieuwe aanwas, maar wat bleek, voornamelijk meisjes wisten de weg richting het volleybal te vinden. Ik heb destijds nog in een landelijke denktank gezeten, hoe bereiken wij nu die jongens? Mijn idee van de missing link, het Zweedse Volley2000 werd vrij eenvoudig van tafel geveegd. Een artikel in de VT destijds leverde niets op Een bal laten stuiten en daarna de ralley laten doorlopen? Dat was toch niet des volleybal’s!

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: