Huilen op een bankje

De sportvereniging was voor mij de place to be. Hier waren mijn vrienden, hier kon je zijn wie je was. Het was gezellig, samen sporten, samen ook resultaten neer zetten, was geweldig. Mensen met een zelfde doel, een zelfde hobby. Niet dat ik niet wist dat de wereld er ook gewoon heel anders uit kon zien, minder leuk, minder gezellig, bedreigend soms. Dat was mijn middelbare school. Achtervolgd worden op weg naar huis. jongens die je schooltas van je bagagedrager trappen en dan wachten totdat ik mijn tas weer achter op de fiets had, om ‘m er daarna net zo hard weer vanaf te trappen. Een klas binnenlopen en dan zien dat ‘Bert is een homo!’ op het schoolbord geschreven is. Een hond die op je afgestuurd wordt als je door het park naar huis loopt als je fiets kapot is. Dat was mijn middelbare schoolervaring en waarom? Ik had geen idee.

De sportvereniging was veilige plek, hier hoefde ik niet bang te zijn. Hier hoefde ik niet te wachten tot iedereen weg was om dan via een omweg naar huis te fietsen. Ik kon mij werkelijk niet voorstellen dat het ook anders kon zijn. Tot die bewuste avond.Lees meer »

Advertenties

Coaches die nooit verliezen

Het moet ergens begin jaren 90 zijn geweest. Ik nam deel aan een workshop Coaching, van de Sportacademie Amsterdam. In de klas bekende en minder bekende trainers en coaches, actief in verschillende takken van sport. Het was de eerste keer dat ik hoorde van het fenomeen coaches die nooit verliezen. Ik deelde in de workshop mijn werkwijze, het planmatig werken vanuit een jaarplan, de competitie als sluitstuk van het leren zien en in de wedstrijden dus ook met leerdoelen werken in plaats van resultaatdoelen.
“Jij zou ‘Coaches who never lose’ moeten lezen, ik denk dat jou dit aanspreekt!” gaf een deelnemer aan.

Lees meer »

Een volleyballer in Wonderland

Als volleyballer is het leuk om rond te lopen in een andere wereld, de voetbalwereld. Het zijn beide teamsporten. Het zijn beide balsporten. Ooh ja en beide kan je het zowel binnen, als ook buiten spelen. In een meesterlijk blog van Daan Krijnen, ook een volleyballer die tegenwoordig zijn dagen op het voetbalveld slijt, las ik afgelopen week dat er nog een overeenkomst is, namelijk die ene geniale oefening. Zowel in het voetbal, als ook het volleybal, hanteren trainers die het echt niet meer weten diezelfde oefeningen en gebruiken die dan ook week in week uit:

https://daankrijnen.blogspot.nl/2018/01/die-ene-oefening.html

Ik kreeg laatst te horen dat ik niet altijd te pas en te onpas het volleybalplaatje op het voetbal kon plakken en dat is natuurlijk ook zo.Er zijn ook legio verschillen tussen beide sporten.Lees meer »

De sleepnetmethode

Laatst kreeg een verhaal te horen dat een plaatselijke vereniging langs de lijn ouders had benaderd met de vraag of hun kind niet bij hun vereniging wilde spelen. Nu is ronselen geen nieuw woord in de Van Dale, dus helemaal nieuw is dit gedrag ook niet. Wat voor mij wel nieuw was, was de leeftijd van de kinderen. Het betroffen kinderen jonger dan 6 jaar. Kinderen die dus net op de kleuterschool zaten. Vroeger, ik ben al op leeftijd, mochten kinderen pas een sport kiezen nadat zij hun zwemdiploma’s hadden behaald. Deze kinderen worden al benaderd door clubs op het moment dat ze net kunnen watertrappelen.

Lees meer »

Zwemles

Halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw trainde de teams van mijn volleybalvereniging verspreid door de stad, in verschillende gymzalen. De jeugdspelers moesten soms even een stukje fietsen naar de training. Soms ook op maandag naar de ene gymzaal en dan op woensdag naar een ander halletje. Hoewel zij allen lid waren van de zelfde vereniging moest de club echt wat doen aan binding binnen de vereniging. Het kon maar zo gebeuren dat een speler uit de C1 totaal geen idee had wie er nu in de C3 zaten. Voor startende trainers was het ook nog wel een dingetje. Je stond er toch vaak alleen voor, want hoe moet je nu de ondersteuning organiseren als je, verspreid over de week, verspreid door de hele stad, zo her en der, nog relatief onervaren trainers hebben rondlopen. Trainers die niet op afroep tegen een probleem aanlopen. Het was in die tijd enorm zoeken. Voor mij, als startende trainer, was het contact met de ervaren trainster die met haar team. ná mij, trainde van cruciaal belang. Na afloop van mijn eigen training, aan het begin van haar training, even een collegiale consultatie.

Hoe gaat ‘t?
Waar ben je mee bezig?
Hoe kijk jij daar naar?

Lees meer »

De Zondebok

In teams waarin gepest wordt, kan het voorkomen dat het slachtoffer afhaakt, stopt met zijn of haar sport, zonder dat het onderliggende probleem daadwerkelijk is opgelost. Dit is als een zwerende wond, die hoe langer je deze niet behandeld, meer pijn gaat doen, meer gaat ontsteken.

Een groep waarin gepest wordt, waarin iemand structureel als zondebok gezien wordt, zal gaan leren dat het kennelijk loont  om iemand buiten te sluiten. Het wordt normaal om iemand die je, zo op het oog niet nodig hebt, te kleineren, buiten te sluiten, aan de kans te zetten. Want vroeg of laat haakt die af, probleem opgelost.
Er ontstaat echter een patroon in gedragingen, er ontstaat een groepscultuur. Deze groepscultuur is onveilig. Zelfs als de vereniging besluit om de pester naar een ander team over te plaatsen, omdat de dader nu eenmaal goed is in zijn of haar sport, zal er iemand op staan die deze rol overneemt. Als het slachtoffer afhaakt omdat hij of zij er niet langer tegen kan, zal er niets veranderd. Er wordt een nieuw slachtoffer gezocht. Er wordt namelijk niets gedaan aan het onderliggende probleem, aan de wijze waarop de groep samenwerkt.  Het slachtoffer, heeft geleerd dat groepen onveilig kunnen zijn, dat je buiten gesloten kan worden en zal een volgende keer zijn of haar gedrag daarop aanpassen. Wat de kans vergroot dat gedrag zich herhaald. De dader heeft geleerd dat gedrag loont en de kans dat dit gedrag in een volgende setting zich herhaald is aanwezig. Onveilig gedrag dat in een groep begint kan zich, als er niet wordt ingegrepen, over de gehele vereniging verspreiden.Lees meer »

Paradigma

Als aanvulling op mijn studie Hogere Veiligheidskunde, lees ik op dit moment de bestseller ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’. Een aanrader. Het boek is een aanschakeling van mooie anekdotes die de theorie verhelderen, maar die ook tot nadenken zetten. Wij kijken allemaal vanuit ons eigen referentiekader, door onze eigen bril, naar situaties.

Een aantal oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van een eskader waren op zee bezig met manoeuvres in zwaar weer. Het was een nacht zonder maan en een dichte mist belemmerde het zicht. De kapitein van het schip dat het eskader aanvoerde stond daarom enigszins gespannen op de brug van zijn stampende schip en hield alle scheepsbewegingen goed in de gaten.
Na enige tijd meldde een wacht; “Licht aan stuurboord”.
“Recht of niet?”, vroeg de kapitein.
“Recht kapitein, met gevaar voor aanvaring”.
De kapitein riep tegen de seiner; “” Sein; aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden”.
Aldus geschiedde.
Er werd terug geseind; “”Advies aan u, verander uw koers met 20 graden”.
De kapitein nijdig; “Sein terug; ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden“
“Ik ben stuurman 2e klas, was het antwoord, verander uw koers 20 graden”.
De kapitein werd woedend en schreeuwde rood aangelopen; “Sein; dit is een oorlogsschip, ik beveel u uw koers 20 graden te wijzigen !”.
Daarop kwam het signaal; “ Dit is een vuurtoren”.

En het oorlogsschip veranderde van koers.

Bovenstaande verhaal is even hilarisch als schokkend. Ik moest ook direct aan legio andere voorbeelden denken. Situaties waarbij, vanuit mijn eigen referentiekader, kijkend door mijn eigen bril, handelde en daardoor de plank volledig missloeg. Hoe vaak heb ik geen training gegeven aan een groep, waarbij ik dacht, dat een bepaalde speler totaal niet gemotiveerd was. Op basis van mijn eigen beeld van gemotiveerd aan een training deelnemen, beoordeelde ik de speler. In het geheel niet wetend wat daar achter zat. Of de speler wel of niet gemotiveerd was en wat de achtergrond van zijn handelen tijdens die bewuste training was. Zo trainde ik ooit een jochie van 11 jaar oud. Al bij de allereerste training duwde hij een ander kind voor het oog van alle aanwezigen bewust tegen de muur. Hij maakte vaak ruzie, maar ook altijd zodat iedereen het kon zien. Het was klip en klaar wat er gebeurde. Ik kon ook niet anders dan hem daar op aanspreken. Ik was niet zo’n trainer die spelers wegstuurde. Hij mocht, na een dergelijk incident, op de bank gaan zitten, waarna ik hem na enige tijd dan vroeg of hij weer normaal mee kon doen. Meestal ging het daarna goed. Een etterbakje met een dikke gebruiksaanwijzing. Het was enkele weken na onze eerste kennismaking stond hij plots, op een vrijdagavond met zijn vader bij mij thuis voor de deur. Nadat ik de deur open had gedaan en zijn vader zich had voorgesteld, vertelde hij dat zijn zoontje zijn excuses wilde maken. Dit ritueel herhaalde zich de maanden daarna, elke twee weken. Dit ritme intrigeerde mij. Een gesprek met het jochie leerde mij dat zijn vader militair was en veel in het buitenland verbleef. Hij was niet het enigste kind thuis. Het gezin telde naast hem uit nog vijf kinderen. Waar vader veelal in het buitenland verbleef, runde moeder het huishouden. Elke vrijdag, als vader thuis kwam, moest hij met zijn vader mee om zijn excuses aan mij aan te bieden. Waar ik het jochie voor die tijd als een etterbakkie zag, zag ik hem plots anders. Ga er maar aan staan. Je bent het oudste kind uit een groot gezin. Je vader is er vaak niet en als hij er al wel is, moet je met ‘m bij je trainer langs om je excuses aan te bieden. Hoewel ook ik was opgegroeid in een groot gezin, was dit was een plaatje dat ik niet kende. Mijn paradigma verschoof. Ik moest, kon ook plots, op een andere manier kijken.

Een paradigma is samenhangend geheel van opvattingen, overtuigingen, theorieën, religie, bewijzen en modellen die het vigerende antwoord op een bepaalde vraag geven. Paradigma kan worden gezien als het dominante denkbeeld op een bepaald moment. Naarmate een paradigma langer bestaat wordt het als (enige) waarheid gezien en bestaat er consensus. Wij hebben allemaal te maken met paradigma’s, omdat wij op een bepaalde manier zijn opgevoed. Op een bepaalde manier ervaringen hebben opgedaan. Het woord paradigma is afgeleid van het Griekse ‘paradeigma’, wat staat voor voorbeeld of patroon. Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Dit heeft mede bepaald wie ik nu ben. Hoe ik nu kijk en denk. Ik ben ook groot gebracht met het principe dat sport vooral ook leuk moest zijn. Dat het ook ander kon en ook anders was, dat had ik niet direct door. Een paradigma verander je ook niet eenvoudig. Belangrijker is misschien dat dat wij ons allemaal realiseren dat de bril waar wij door heen kijken ook maar één bril is. Onze waarheid is niet dé waarheid. Vandaar uit kunnen wij proberen om ook vanuit andere invalhoeken naar situaties te kijken.

fb117adafbd551434bcce082360e688f-licht-vuurtoren-eierland-texel-versus-licht-van-de-maan