Site-archief

De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Volhouden

Ik moet bekennen dat ik wel respect kan opbrengen voor al die amateur voetballers voor wie het afgelopen seizoen al als een nachtkaars uitging en voor wie nadat dit seizoen nog maar amper begonnen was, het al weer voorbij was. Het was wrang dat voor het betaald voetbal een uitzondering gemaakt werd. Zij leefde in een bubbel. Voor de amateurclubs die nog in de beker zaten, betekende dit, dat ook dit, van het een op het andere moment, afgelopen was. Na een break begonnen trainers, binnen de kaders, te zoeken naar oplossingen om toch te kunnen trainen. In groepen van vier, exclusief de trainer. Het was behelpen, maar het was iets. Na de laatste toespraak van onze premier zakte alles als de spreekwoordelijke plumpudding in elkaar. Waar trainde je nog voor? Het lopende seizoen was al gestaakt en als dit na de lockdown mogelijk op gestart zou kunnen worden, was het maar de vraag of het seizoen ook afgemaakt kan worden. Waar het afgelopen seizoen al onbevredigend afliep, kan je van het lopende seizoen misschien nu al stellen dat het niet gespeeld is?
Hoe zou je al die wedstrijden nog moeten inhalen? Zou het kunnen dat het seizoen na de 19e januari nog even niet opgestart kan worden? Het zou toch kunnen dat de vaccinatieprogramma’s later starten? Hoe zou er omgegaan worden met spelers die nog niet gevaccineerd zijn of die, dat kan ook, in het geheel niet gevaccineerd willen worden? Je zou er moedeloos van worden. Gewoon volgend seizoen, dan zal alles toch weer normaal zijn? Of teams dan weer met dezelfde spelers aan de start zullen staan is maar helemaal de vraag. In zo’n periode waarin de prioriteiten ergens anders liggen, de motivatie afbrokkeld, is het spannend wie het volhouden. Toch is volhouden, ook tijdens deze tweede golf belangrijk. Uit de eerste Coronagolf weten we dat een goede conditie helpt bij het doorstaan van een besmetting met dit virus.

In een artikel in het Algemeen Dagblad zegt Afke van der Wouw, voormalig prestatiecoach bij FC Utrecht, dat het goed is om al vast dingen vooruit te plannen en daar, van moment tot moment naar toe te leven. Het bekende slaan van piketpaaltjes.

Nu lijkt mij dat, onder normale omstandigheden, een prima advies. Mijn zoon, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, had het plan ons in het voorjaar te bezoeken. De eerste Coronagolf fietste daar even doorheen. Eerst hier in quarantaine en daarna bij terugkomst, ook weer 10 dagen in quarantaine, was niet haalbaar. Houd vol zeiden wij, er komt een moment dat het weer gaat lukken. Na de eerste golf, volgde echter de tsunamie van de 2e golf. Zijn vakantiedagen raakte maar niet op. Rond oud en nieuw was daarna het plan. De Kerst met de familie vieren, dat zou wel heel erg fijn zijn. Daar kwam echter een mutatie van het virus tussendoor. De grenzen met het Verenigd Koninkrijk werden gesloten. Een bezoek aan de familie met de feestdagen zat er niet in. Waar de overheid tijdens de eerste golf al die mensen die, tegen beter weten in op vakantie gingen naar diep rode gebieden, heeft teruggehaald kunnen al die expats, al die mensen die nu vast zitten in Engeland, barsten. Hier kunnen wij niet aan beginnen, aldus De Jonge. Ondertussen vormen de topsporters waar Van der Wouw mee werkt een uitzondering. Toen onze zoon minstens 20 dagen in quarantaine zou moeten, speelde het nederlands elftal gewoon een interland, met spelers als een Wijnaldum en Van Dijk, die in Engeland in dezelfde regio woonachtig en werkzaam zijn, gewoon in Amsterdam een interland. Niks geen quarantaine. Het begrip quarantaine is namelijk niet langer een medisch begrip, maar een politiek begrip. Met een staatsecretaris die maar wat graag straks sporters op de foto wil met sporters die een medaille hebben gewonnen in Tokyo.

Het slaan van piketpaaltjes, ergens naar toewerken, werkt absoluut maar dan moet je wel ergens controle hebben over die tussendoelen anders wordt het aardig frustrerend. Topsporters kunnen werken met die piketpaatjes, want geld maakt op een gegeven moment alles mogelijk. Hoe anders is het voor die amateursporters. Die amateurvoetballers, die al een heel onbevredigend eind van het afgelopen seizoen kende. Die amateursvoetballer die vol goede moed aan dit seizoen begonnen, maar toen nog een keer te maken kregen met het staken van de competitie. In het begin toonde al die trainers zich werkelijk van hun creatiefste kant. De trainingen gingen door, op ander halve meter, in groepjes van maximaal 4 spelers. Je had ergens om naar toe te werken. Je wilde klaar staan als alles weer door kon gaan. Een pikketpaaltje waar iedereen naar uit keek. Daarkwam echter een mokerslag overheen. Alles ligt weer stil en trainen in groepjes van 2 wordt schaken waarbij je op anderhalve meter net niet meer bij de stukken kan.

De motivatie moeten deze spelers niet halen uit die piketpaatjes. De motivatie moeten ze ook even niet halen uit de wens om ooit nog weer eens te kunnen voetballen. De motivatie moeten ze halen uit het bewegen zelf. Uit het gezond willen blijven. Er is niets belangrijker dan dat. Bij mij op zolder is een sportschool verezen. Een trainingsbankje, halters, dynabanden, een mat. Je kan een volledige workout doen. Verder heb je niet veel nodig om te gaan hardlopen, te gaan fietsen, in mijn geval kan het ook een flinke wandeling met de hond zijn. Dat zijn doelen die ik werkelijk onder eigen controle heb. Tegen iedereen, houd vol, zorg dat je niet afhankelijk ben van anderen voor het bereiken van je doelen. Leef bij de dag want morgen kan het wel anders zijn.

%d bloggers liken dit: