Site-archief

Vrolijke ogen

Gisteren speelde wij de wedstrijd waar het vooraf om ging; de wedstrijd waar alles om draaide. De wedstrijd waar wij al maanden naar uitkeken. Voor de wedstrijd was het stil in de kleedkamer. Strakke gezichten, jongens keken recht voor zich uit, niemand zei iets.

Nadat de scheidsrechter ons kwam halen liepen wij rustig het veld op. Nu moest het dan toch gebeuren. Waar onze tegenstanders het veld op rende, wandelde wij daar rustig achteraan. De wedstrijd begint; zoals wij gewend zijn, proberen wij van achteruit het spel op te bouwen. Omdat de tegenstander al vroeg druk zet, wordt vaak gekozen de lange bal te spelen. Soms met resultaat, maar vaak leveren wij de bal ook zo weer in bij de tegenstander. Het was dan ook de tegenstander die het eerste doelpunt scoorde en dat was op dat moment niet eens onverdiend. De jongens keken elkaar aan; sombere gezichten. Op het moment dat je er voor je gevoel moet staan laat je het op deze manier schieten. Wij komen dit seizoen vaak in deze situatie en als de tegenstander dan door weet te drukken verlies je de wedstrijd. Wij gaan piekeren. Sommigen in ons team hebben dit eerder meegemaakt en krijgen dan een soort déjà vu. Een gevoel van, daar gaan we weer. Dit piekeren noemen wij ook wel verhaal denken. Als je in de piekermodus blijft dan verlies je de wedstrijd. Je ziet het aan de gezichten, sombere blik, elkaar aankijken zonder iets te zeggen en als er wat gezegd wordt, negatieve feedback. Zodra dit gebeurd komen wij dat vaak niet meer te boven. Denken wij ook dat het daadwerkelijk niet meer goed komt. Anderen verwijten maken, leidt niet tot een betere uitvoering, een beter resultaat. Je komt in een neerwaartse spiraal, de uitvoering wordt slechter, je gaat letten op de verkeerde dingen en het resultaat zal daardoor navenant zijn. Eigenlijk kan je vooraf aan een wedstrijd al zien hoe de vlag er bij staat. Negatieve self-talk ondermijnt het zelfvertrouwen en leidt tot frustraties. Als spelers voor een wedstrijd al op zien tegen een tegenstander, als spelers het hebben over zaken als waar een bepaalde speler heeft gespeeld, heb je de wedstrijd al verloren. Dit is de negatieve self-talk die verlamt. Ook tijdens de wedstrijd dingen roepen als:
“Doe je het alweer, wanneer leer je dat nu eens?” leiden niet tot een betere uitvoering, sterker, dit leidt tot een slechtere uitvoering, een slechter resultaat.

verhaaldenken

Lees de rest van dit bericht

Jij bent te klein

“Bert!!” riep mijn moeder van onderaan de trap.
“Er staan jongens op jouw te wachten of je buiten komt spelen?”
Ik was op mijn kamer met Lego aan het spelen en had eigenlijk geen zin.
“Zeg je nog wat?” riep mijn moeder.
Ik stond op en liep naar het raam. In de tuin stonden John, Warner en Chris.
Warner en Chris waren broers, zij woonde achter ons. John zat bij mij in de klas. Ik speelde eigenlijk nooit met Warner en Chris. Zij waren ook een stuk ouder.
John zag mij staan.
“Hey Bert, wij gaan voetballen tegen de Scheldelaan, doe je mee?”
Hoewel ik eigenlijk geen zin had, liet ik mijn Lego bouwwerk voor wat het was en liep naar beneden.
“De Scheldelaan, wil tegen ons spelen,” zei Warner toen ik naar buiten kwam.
“Doe je mee, want anders hebben wij niet genoeg?”
Ik vond het wel een eer dat Warner en Chris aan mij gedacht hadden. Ik pakte mijn jas en liep met ze mee. Op het veld langs de Filters stonden al een heleboel jongens. De jongens aan de andere kant waren de jongens uit de Scheldelaan. De jassen werden op de grond gegooid om de doels te maken. Warner maakte de opstelling.
“Bert, jij begint er naast, oké? Jij komt er straks wel in.”
De wedstrijd begon. Ik stond langs de kant. De Scheldelaan maakte er een echte wedstrijd van. Het leek wel of ze allemaal groter waren. Wij kwamen al snel achter, drie corners penalty, dan gaat het hard. De tweede helft mocht ik er in van Warner. Warner zette zijn broer er even uit. Het was geen succes, het ging snel, ik wist niet waar ik moest lopen en werd al snel weer gewisseld. Chris mocht weer op mijn plaats.
Na onze verloren wedstrijd kwam Warner mij vertellen dat ik eigenlijk te klein was, ik snapte het nog niet zo goed. Voor voetballen moest je slim zijn, zei hij. Teleurgesteld liep ik naar huis.
“Was het leuk?” vroeg mijn moeder toen ik de keuken in liep.
“Ik ben te klein,” zei ik boos en liep stampvoetend de trap op.
Ik was kleiner dan de andere jongens. Ik zat ook een klas lager en zat ook nog maar net op voetbal. Met Warner scheelde ik bijna twee jaar. Met John maar twee maanden, maar John zat al wel twee jaar op voetbal. Hij wist al beter dan ik wat er bedoeld werd. Ook bij de voetbalclub was ik de jongste, dus de slechtste. Ook daar werd ik vaak als laatste gekozen. Geboren in september betekende ook dat ik daar tot de jongste behoorde. Ook daar had ik het moeilijk. In mijn klas waren er niet veel jonger dan ik. Ik scheelde bijna een jaar met de oudste van de klas. De juf op school vond dat ik nog erg speels was, vaak afwezig tijdens de les. Er ging geen dag voorbij dat zij niet zei:
“Wanneer leer jij het nu eens?

Lees de rest van dit bericht

Emotie management

Gisterenmiddag speelde wij met ons elftal een oefenwedstrijd. Beide teams spelend op divisieniveau, beide teams bivakkerend onder in hun eigen competitie. Dat je een oefenwedstrijd van verschillende kanten kan benaderen bleek al snel bij het begin van de wedstrijd. De spelers van ons team werden met een tweetal taakgerichte opdrachten het veld ingestuurd. Zij moesten de eerste 10 minuten van de 1e helft vol druk zetten, op de helft van de tegenpartij spelen. De tweede doelstelling was dat ze in de 1e helft 5x de bal op de helft van de tegenstander moesten veroveren. In de rust werd aan de hand van deze doelstellingen ook de 1e helft geëvalueerd. De tegenstander had duidelijk één doel, namelijk het winnen van de wedstrijd. Je kan dus een oefenwedstrijd gebruiken om te oefenen, om beter te worden. Je kan een oefenwedstrijd ook gebruiken om eindelijk eens te winnen.

Lees de rest van dit bericht

Winnen en Verliezen

Afgelopen zondag begon mijn dag met de ‘finale rek’ van Epke. In het hart van turnland China mocht hij proberen wraak te nemen op de chinees Zhang. Zhang de man die vier jaar geleden in Rotterdam de zekere gouden medaille op het WK voor de neus van Epke wegkaapte. Natuurlijk was Epke favoriet, want niet voor niets was hij ook vorig jaar in Antwerpen wereldkampioen geworden, maar hoe hoger op de berg, hoe moeilijker het gaat. Laten wij vooral ook alleskunner Uchimura niet vergeten. Voor de Chinese thuisfavoriet liep alles anders, noem het pech, noem het de druk niet aan kunnen. Epke turnde een weergaloze oefening en de rest is geschiedenis. Uchimura werd uiteindelijk tweede en de Kroaat Moznik mag de verrassing van de dag genoemd worden, want wie had hem op het podium gedacht? Hij zal wel de laatste zijn geweest die ’s ochtends opgestaan was met het idee dat hij een medaille zou pakken. Lees de rest van dit bericht

De ideale coach

Afgelopen zaterdag maakte ik, na ruim drie jaar, laten we zeggen, opnieuw, mijn debuut als volleybalcoach. Dit maal als coach van SV Dynamo dames 5, spelend in de promotieklasse. Ik moet eerlijk toegeven, ik had mijn twijfels of ik het moest doen, vond het ook moeilijk. Ik kende bijna niemand in het team, weet amper hoe zij getraind hebben, wat ze kunnen en wat niet.
Het team had afgelopen week een vrij matige oefenwedstrijd gespeeld en had zelfs een set, na ruim voor gestaan te hebben, toch nog verloren.
“Dat kunnen wij ook” werd mij voor de wedstrijd nog vertelt.
Na de toch nog vrij eenvoudige winst in de 1e set, werd de tegenstander in de 2e set bijkans gedeclasseerd. De derde set, twee wissels. Sociaal wisselen. De derde set verliep stroef lang kon de tegenstander mee, tot bij de 20, toen was de koek voor onze tegenstander wel op. Na de 3e set een zucht van verlichting langs de lijn, de beruchte derde set dip was overwonnen. In de 4e set, de laatste twee wissels ingebracht. De tegenstander maakte snel een gat, wij konden echter, door goed serveren bijkomen. Uiteindelijk werd set vier nipt verloren. Na de wedstrijd werd mij gevraagd wat ik er van gevonden had. Ik vond het leuk en was verrast door het enthousiasme in het veld en vooral ook de werklust, de ballen vallen ook niet zo maar op de grond. Ik bleef echter zitten met de vraag hoe ik had moeten coachen.
“Jij vraagt in ieder geval de time-outs op tijd aan,” was een mooi compliment, maar wat is nu de ideale coach? Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: